Lees meer nieuws over knutseltips hieronder

Rupsje Nooitgenoeg

Werken met het prentenboek Rupsje Nooitgenoeg. Een echte klassieker die je keer op keer weer kan gebruiken. Daarom hieronder een aantal leuke knutseltips bij het boek.

Wat is er nodig?

  • Een koffiefilter
  • Een wasknijper
  • Ecoline
  • Een draad om de vlinder op te hangen
  • Pijpenragers (o.a. in knutselwinkels)

Wat gaan we doen?

Knip het filterzakje los zodat u twee vleugels krijgt. De wasknijper doet u in het midden als het lijf van de vlinder en vervolgens de wasknijper en het filter met ecoline kleuren. De ecoline vlekt mooi uit, waardoor u een heel mooi effect krijgt. Leuk is het als u van een pijpenrager nog twee voelsprieten maakt. Deze kan met een lijmpistool heel makkelijk aan het lijf vastgemaakt worden. Het touwtje (heel mooi is visdraad, dan lijkt het net of ze echt door de woonkamer vliegen) aan het lijf vastmaken en de vlinders op hangen in de kamer. Als vader of moeder komen afhalen, mag de vlinder mee naar huis.

Andere tips:

Zon: neem een blauw blad, dit wordt de hemel). Laat de kinderen een zon van geel papier knippen, bijvoorbeeld door eerst een beker om te trekken. Uitknippen en in het midden van het blad opknippen. Van geel en oranje papier 'zonnestralen' knippen en deze om de zon plakken. Maar wel zo dat de stralen niet uit het papier steken (dus eerst meten).

Rups van eierdozen: Knip één rij van een eiertray. Die kunt u zo halen bij een kaaswinkel. Verf deze in verschillende kleuren groen (mengen). Verf het voorste 'dopje' rood. Terwijl het droogt, knipt u van gekleurd papier twee ogen en een mond. Voor de kleuren goed kijken naar het boek. Deze op het hoofd plakken. Boven in het hoofd een gaatje prikken met een prikpen. Paars chenilledraad (pijpenragers), ongeveer 10 cm, dubbelvouwen en in het gat steken. Zes stukjes groen chenilledraad afknippen. Gaatjes voor de pootjes prikken en de chenilledraad erin doen.

Rups van een muizentrap: van een vel stevig papier twee stroken snijden van ongeveer 5 centimeter breed. Hiervan een muizentrap maken. Op de voorkant een rood rondje plakken. Ogen, mond en voelsprieten van gekleurd papier. Poten van groen papier.

Vlinder van een servetje: neem een lichtgekleurd servetje. Dit helemaal open vouwen en uitspreiden. Met een rietje een druppeltje waterverf 'vasthouden'. Dat doet u zo: iIn een potje doet u een bodempje waterverf of ecoline. Doe het rietje in het potje tot op de bodem. Sluit het uiteinde af met uw duim. De verf blijft nu in je rietje als u dit uit het potje haalt. Dit boven het servetje laten vallen. Dit zal helemaal uit gaan lopen. Herhaal dit met verschillende kleuren verf, tot je servetje mooi is. Goed laten drogen. Als het servetje droog is weer opvouwen, en in het midden een draadje stevig ombinden, dit is het lijf. In de draad neemt u een stukje chenilledraad mee (voelsprieten). Vleugels een beetje uit elkaar trekken.

Verfvlinder: vooraf een kringgesprek over de symmetrie van een vlinder. Een vel stevig tekenpapier doormidden vouwen. Weer open vouwen. Op de ene helft een halve vlinder voortekenen (alleen de contouren). Deze dik met verf inkleuren. Vel weer dubbelvouwen en voorzichtig opentrekken. De vlinder is nu helemaal ingekleurd.

Vragen die je kan stellen: wat is een eitje? Wat is een rups en wat is een vlinder? (en natuurlijk: wat is het verband)? Vragen over nacht/dag, eten, honger, tellen (één tot vijf)

Wat is het doel?

  • Leren vormen te maken en veranderen
  • Werken met kleuren
  • Leren over veranderen, over tegenstellingen

 

Opvang nodig?

Zelf opvang nodig?

Lees meer over de mogelijkheden!